Waarom Tsjechië weigert de benzinemotor op te geven

Waarom Tsjechië weigert de benzinemotor op te geven

Stel je voor dat de ruggengraat van je hele economie met één pennenstreek uit Brussel wordt doorgezaagd. Dat is precies hoe ze er in Tsjechië over denken. Terwijl de Europese Unie vasthoudt aan het verbod op verbrandingsmotoren vanaf 2035, heeft de Tsjechische premier Andrej Babiš een directe oorlogsverklaring naar Brussel gestuurd: het verbod moet van tafel, en wel nu.

Ik heb deze politieke verschuivingen vaker gezien, maar de felheid waarmee Praag nu de aanval inzet, is zeldzaam. Het gaat hier niet om een kleine nuance of een “uitzondering op de regel”, maar om een keiharde overlevingsstrijd voor de Europese auto-industrie.

Het compromis dat niemand gelukkig maakt

Brussel voelde de bui al hangen. Met tegenvallende verkoopcijfers van elektrische auto’s (EV’s) stelde de Europese Commissie onlangs een versoepeling voor: een CO2-reductie van 90% in plaats van 100%. Die resterende 10% zou dan ingevuld mogen worden door hybrides of motoren op synthetische brandstoffen (e-fuels).

Maar voor de regering in Praag is dit “slechts cosmetica”. Babiš is duidelijk:

  • Het verbod gooit decennia aan miljardeninvesteringen in schone motortechnologie in de prullenbak.
  • De infrastructuur voor elektrisch rijden in Centraal-Europa loopt nog jaren achter.
  • De gewone burger kan een dure elektrische auto simpelweg niet betalen.

Een derde van de economie staat op het spel

In mijn gesprekken met experts over de auto-industrie in onze regio valt één ding op: we onderschatten vaak hoe diep de wortels van de verbrandingsmotor zitten. In Tsjechië is de sector, met Skoda als vlaggenschip, goed voor bijna een derde van het BBP. Het gaat niet alleen om de fabrieken waar de auto’s van de band rollen, maar om een gigantisch netwerk van toeleveranciers.

Waarom Tsjechië weigert de benzinemotor op te geven - image 1

De overstap naar elektrisch vereist minder arbeidskrachten en een totaal andere expertise. Voor duizenden gezinnen is deze “groene transitie” geen klimaatredding, maar een dreigende sociale crisis. Een verbrandingsmotor is voor de Tsjechische economie wat de Rotterdamse haven is voor Nederland: de motor waar alles op draait.

De dreiging uit het oosten: De Chinese golf

Er is nog een reden voor deze opstand: de angst voor China. Babiš draait er niet omheen: “We zien hoe de Chinese elektrische auto’s de Europese simpelweg verpletteren.” Merken als BYD en MG overstromen de markt met prijzen waar wij in Europa niet tegenop kunnen boksen.

De nuance die velen missen: door blind in te zetten op elektrisch, maken we onszelf volledig afhankelijk van Aziatische batterijtechnologie. Praag ziet dit als economische zelfmoord op de lange termijn.

Het “Patriotten”-front in Brussel

Tsjechië staat niet alleen. Babiš bouwt actief aan een coalitie met landen als Italië, Polen en Slowakije. Deze landen delen dezelfde zorg: de kloof tussen de rijke noordelijke lidstaten en de rest van Europa wordt onoverbrugbaar als mobiliteit een luxeartikel wordt.

Mijn advies aan de kritische volger: Let goed op de EU-top van 19 en 20 maart 2026. Dat wordt het moment van de waarheid. De strijd gaat niet meer alleen over CO2-uitstoot, maar over wie er straks nog een betaalbare auto voor de deur heeft staan.

Wat denk jij? Moet Europa vasthouden aan de harde deadline van 2035, of is het tijd om het realisme van Tsjechië te omarmen? Laat het weten in de reacties!

Scroll naar boven